Deze foto werd gemaakt bij de notaris waar A.L. Snijders en Ineke Maria Swanevelt het idee aangereikt kregen te trouwen. Beeld: Punkmedia
Deze foto werd gemaakt bij de notaris waar A.L. Snijders en Ineke Maria Swanevelt het idee aangereikt kregen te trouwen. Beeld: Punkmedia

Troost (slot) - A.L. Snijders en Ineke Maria Swanevelt verstaan de kunst van het liefhebben

ACHTERHOEK - Van lockdown tot lente keken we terug- en vooruit met prominente Achterhoekers over wat deze tijd hen gebracht heeft. Gekooid en ontdooid haalden zij de scherpe kantjes van de realiteit af met momenten die hen terugbrachten naar de basis; troost tijdens gemis. Voor deze laatste editie een portret van twee jonggeliefden die geen troost behoeven; ze hebben elkaar. “Troost? Nee zeg, daar moet je toch niet bij mij voor zijn.”

Door Eva Schuurman

Het kersverse kunstenaarsechtpaar A.L. Snijders (pseudoniem voor Peter Müller) en Ineke Swanevelt merkt voor negentig procent niets van de pandemie. Goed, voor- of na de boodschappen is er niet meer het kopje koffie in het café en ’s avonds is er geen buitenshuis diner. Maar: “Ik heb niet het idee op de Noordpool te zitten”, zegt Snijders. Er wandelen mensen voorbij, in en rond het huis is genoeg te doen en ondanks de beperkte reisvrijheid zegt Swanevelt nog altijd een vakantiegevoel te krijgen van Lochem: “Er staat zoveel tegenover, we maken tochtjes door de natuur.” Met vier prikken in twee bovenarmen zullen ze ook het Amsterdamse leven weer omarmen, maar voorlopig hebben ze genoeg aan elkaar en het coulisselandschap.

“Ik kwam hier op mijn drieëndertigste naartoe”, memoreert de drieëntachtigjarige schrijver. In zijn geboortestad Amsterdam waren het sekstheatereigenaar en overbuurman Joop die hem en zijn gezin slapeloze nachten bezorgde. “Er lag maar een heel klein Middeleeuws grachtje tussen ons in, met een beetje spieren kon je eroverheen springen.” Zijn voormalig overbuurman wilde uitbreiden en zag in de gevel van Snijders en zijn gezin de perfecte plek voor een spotlight op zijn zaak. Toen Snijders daar echter een ander licht op scheen, verplaatste Joop zijn speakers naar buiten. “Ook ’s nachts.” Een daaropvolgend gesprek - over slaapgebrek - tussen de overbuurmannen bleek de aanleiding voor een verhuizing naar de Achterhoek. “Joop maakte een prachtige opmerking”, zegt Snijders: “Jongen, ik zou je graag helpen, maar ik kan je niet helpen; dit is de vooruitgang.” Het bleek de eerste kernzin in zijn volwassen leven, de tweede sprak hij daarna zelf uit: “Dan vlucht ik voor de vooruitgang.”

De volgende dag kocht hij de boerderij waarin hij nu met Ineke Swanevelt samenleeft. “Met de dame die nu vlak naast me zit, ben ik getrouwd. Een jaar geleden, zij weet nog precies wanneer dat was.” Het aanzoek was bij de notaris, die gaf het definitieve zetje voor deze vorm van verbintenis. Het idee hing al wel speels in de lucht, maar bij de notaris kreeg het handen en voeten. “Ja, het is een verhouding met handen en voeten”, gniffelen ze. En sinds het ja-woord omvat een deken van geheimzinnigheid hun innigheid. “Ik ben helaas niet gelovig, maar als ik dat was geweest zou ik God erbij halen. Het gaat alle regeltjes ver te boven.” Aldus Snijders in verwondering over het gevoel van deze wettelijke verbinding. “Daar zou zo’n politicus die economie aan kunst verbindt niets van begrijpen.”

Wanneer Snijders terneergeslagen is, mag ie graag denken aan de aftreedspeech van Halbe Zijlstra; de man die beweerde dat ie met Poetin sprak en zijn messen in kunstbudgetten stak. Als hij hierover vertelt lacht zijn vrouw zacht. Ze kent als actrice, schrijfster en tekenares als geen ander het nut van kunst maken en aanschouwen: “Ook al maakt het boos en opstandig, het doet iets met je.” Zoals de kunst van liefhebben iets met hen samendoet.

De vogel in hun woonvertrek lijkt instemmend te fluiten. Snijders en Swanevelt hebben een dwergpapagaai die wekelijkse de zeer korte verhalen van de schrijver op de radio verstoort. “Daar krijgen we klachten over die we negeren.” Ze hebben wel geprobeerd de rust te herstellen met een grote zwarte doek. Echter was dat zo’n gedoe, dat ze daarmee op zijn gehouden: “Zoveel moet je niet van je publiek houden.”

A.L. Snijders en Ineke Swanevelt zitten samen aan de tafel waaraan Snijders zeventien jaar geleden zelfstandig besloot een Achterhoeker te zijn (tot een voorbijganger op een trekker hem direct op hartstochtelijke wijze uit die droom hielp), ze lachen en verhalen en bij mij thuis is prompt de klok boven de bank gestopt met ademhalen. Mijn dochter komt thuis van school, morgen wordt ze twaalf en de tijd kan haar niet snel genoeg gaan. “Mam? Wat heb je met de klok gedaan?” Ik vertel haar wat Ineke Swanevelt me vanochtend zei: “Leeftijd bestaat niet.” Waarop haar echtgenoot antwoordde met: “Oh ja, dat is ook waar.”

Het is hier vandaag de hele dag kwart voor tien in de ochtend gebleven. Omdat leeftijd niet bestaat, zij tijdloos zijn en ik nog even niet wil kijken of er nog AA-batterijen zijn.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden