A.L. Snijders bij zijn woning in Klein Dochteren. Foto: Gerwin Nijkamp
A.L. Snijders bij zijn woning in Klein Dochteren. Foto: Gerwin Nijkamp

‘Ik voel mij thuis in onze kneuterige cultuur’

LOCHEM – Hij is een echte scharrelaar. Spulletjes, maar vooral gedachten, ervaringen, theorieën en filosofieën. Peter Müller (82), beter bekend onder het pseudoniem A.L. Snijders, raapt ze al zijn hele leven bij elkaar en rijgt ze aaneen tot verhalen, voornamelijk zeer korte verhalen (ZKV’s). Inmiddels ook al tien jaar als gemeenteschrijver van Lochem.

Door Gerwin Nijkamp

Een mijlpaal en een eer is het zeker, maar anders wordt hij er niet van. Hij is en was veel: columnist voor onder andere Het Parool, de Volkskrant, VPRO Gids, Radio 4 en sinds kort deze krant. Veel ZKV’s zijn gebundeld in boekjes. Voor zijn gehele oeuvre ontving de schrijver in 2010 de Constantijn Huygensprijs, een grote erkenning in de literaire wereld.

Hij is en blijft echter maar één en dezelfde persoon: A.L. Snijders, verteller van zeer korte verhalen. Ook in zijn hoedanigheid als gemeenteschrijver dus. “Verslag doen van iets, of andere manieren van schrijven, liggen mij niet. Ik moet er een verhaaltje van maken, dat is mijn tekortkoming.”

Zijn kracht is dat hij overal een verhaal in ziet; de mees op de vetbollen in de tuin, een man die het verkeer omleidt bij wegwerkzaamheden aan de Zutphenseweg, echt in alles. In die verhalen vermengt hij alledaagse zaken of gebeurtenissen net zo lief met het gedachtegoed van grote Griekse en Romeinse filosofen, als met de ontnuchterende opmerkingen van zijn buurman. Z’n eigen fantasie, humor en verwondering voegt hij daar graag aan toe. “Ik kan me wel vinden in de zienswijze van de stoïcijnse filosoof Epictetus: Je moet je niet bezighouden met de feiten, die verander je toch niet. Je moet je richten op de meningen en reacties op die feiten.”

Klein Dochteren
Gekleed in zwart-rood geruit vest, de wenkbrauwen borstelig als altijd, zit de jubilerende gemeenteschrijver op de praatstoel aan tafel in z’n woonboerderij. Op het erf en in huis vormen allerhande spulletjes - van oud kroegfietsenrek tot Amerikaanse brievenbus, maar vooral heel veel boeken - de habitat die perfect matcht met het uiterlijk en werk van de schrijver. Bijna vijftig jaar woont hij al in de buurtschap Klein Dochteren, net buiten Lochem. Hij streek er begin jaren zeventig van de vorige eeuw met z’n toenmalige vrouw (zij overleed in 2018) neer, gevlucht voor de drukte van Amsterdam.

De stilte in de Achterhoek inspireert de schrijver minstens zoveel als het bruisende bestaan in de hoofdstad. Het brengt hem op een verhaal dat zich afspeelde toen hij net een maand in Klein Dochteren woonde. ‘s Nachts zat hij aan een bureau achter het raam. Door hard getik met een ring op het glas schrok hij enorm. Het was gelukkig geen inbreker, maar iemand die bijna een paard voor z’n auto had gehad. Om ongelukken te voorkomen, zocht de man hulp bij het vangen van het dier. In het holst van de nacht toog Snijders samen met de enige buurman die hij toen kende naar een gezin even verderop met zeventien kinderen. De heer des huizes zou verstand van paarden hebben. Hoe hard ze ook riepen en op deuren en ramen bonsden, er werd niemand wakker. “Toen de man later werd gevraagd hoe het toch kwam dat hij niet wakker was geworden, antwoordde hij: ‘We zijn arme mensen en hebben niets te verliezen, we hoeven ‘s nachts dus ook nergens wakker van te worden’. Dat vond ik een mooie uitspraak.”

Hasjrokers
Al vanaf het begin voelt de geboren Amsterdammer zich thuis in de Achterhoek. “Er wordt je hier niets opgelegd zoals dat bijvoorbeeld wel gebeurt in gebieden waar strenge christelijke regels gelden”, verklaart Snijders. Hij lacht: “Ze dachten hier in het begin wel dat we hasjrokers waren. Mijn vrouw en ik leefden anders, meer teruggetrokken, dan de vorige bewoners. Wij rookten geen hasj, ik rook zelfs helemaal niet, maar dat mogen ze best denken, dat is niet zo erg.”

Andersom heeft hij ook de ‘autochtone bewoners’ van het gebied altijd in hun waarde gelaten. Klagen over nachtelijke werkzaamheden door boeren, zal hij bijvoorbeeld nooit doen. “Zij waren hier veel eerder en hebben een heel ander belang, daar ben ik me van bewust.”

Burenruzie
Maar ook Achterhoekers kunnen elkaar onderling het leven zuur maken, ondervond hij. Wat volgt is een boeiend verhaal over een burenruzie waarin zijn moeder in Amsterdam verzeild raakte, gevolgd door zijn herinnering aan een Achterhoekse boer die zijn buurman achterna zat met een ‘houtachtig voorwerp’. “Ik dacht dat het hier niet voor zou komen, maar wel dus. Wist je trouwens dat in ons land de politie het meest in actie moet komen voor burenruzies?” Een weetje dat Snijders opdeed in de tijd dat hij leraar Nederlands was aan de politieschool in Lochem.

Of de mensen hier nou heel anders zijn dan in de hoofdstad, valt te betwijfelen, wil hij maar zeggen. “Dat is wel verleidelijk om te denken misschien, maar ik denk het niet.” A.L. Snijders begint over een interview met topadvocaat Pieter Riemer in het boek ‘De zin van het leven’ van Volkskrant-journalist Fokke Obbema. Hij was zelf ook één van de geïnterviewden. Boven zijn eigen verhaal staat: ‘Het leven heeft absoluut geen zin, daar ben ik zeker van’. Het interview met de advocaat heeft de kop: ‘Ik ben jou en jij bent mij’. “Volgens hem worden de verschillen tussen ons als mensen steeds kleiner. We groeien naar elkaar toe, uiteindelijk worden we allemaal één, is zijn verwachting. Ik vind dat geen gekke gedachte.”

Kleine, knusse samenleving
In het kleine Nederland zijn de verschillen nog meer te verwaarlozen dus. Dat brengt hem weer op een uitspraak van schrijver Gerard Reve. “Hij beweerde dat grote literatuur, zoals die in Rusland of Frankrijk, hier in Nederland bijna niet kan bestaan aan de hand van de volgende theorie: als een meisje in Nederland besluit weg te lopen van huis, kan ze bij iedere grens geld lenen voor een treinkaartje en is ze voor het avondeten weer thuis.”

Dat ons land geen voedingsbodem zou zijn voor grootse meeslepende drama’s, deert de Lochemer niet. “We leven in een kleine, knusse samenleving. In deze kneuterige cultuur voel ik me thuis.” Hier, in de stilte van de Achterhoek, waar hij altijd zal blijven. Maar ook weer steeds meer in de hoofdstad. Na het overlijden van zijn vorige vrouw, waarmee hij bijna een halve eeuw getrouwd was, leerde hij actrice Ineke Swanevelt kennen. Zij woont in de Amsterdamse Rivierenbuurt, waar A.L. Snijders in 1937 werd geboren. Daar, in die voor beiden belangrijke buurt, trouwden ze op 20 december 2019. “We gaan samen op en neer van de Achterhoek naar Amsterdam, maar meestal zijn we hier”, glundert hij.

‘Zolang ik loop, blijf ik hopelijk ook schrijven’
Zo scharrelt de 82-jarige nog steeds rond, alleen of met zijn nieuwe liefde, en raapt hij zijn verhalen bij elkaar. “Mijn vrouw zorgt ervoor dat ik elke dag een wandelingetje maak, dat is goed voor me. Toen ik alleen was wist ik dat ook wel, maar deed ik het niet. Zolang ik loop, blijf ik hopelijk ook schrijven. En zolang ik me genoeg kan herinneren en mijn eigen fouten kan corrigeren”, vertelt hij. “Het moet heel goed zijn of ik doe het niet meer.”

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden