Het Midwinterhoorn Groep Lochem is bij veel evenementen aanwezig. (Foto: Arjen Dieperink)
Het Midwinterhoorn Groep Lochem is bij veel evenementen aanwezig. (Foto: Arjen Dieperink) (Foto: )

Midwinterhoorn eeuwenoude traditie

In 1485 zou voor het eerst in een oorkonde in Duitsland zijn vermeld dat in dat jaar een midwinterhoorn zou worden geblazen. In Lochem kent men de Midwinterhoorngroep Lochem dat vanaf 1985 bestaat en de eeuwen oude traditie in de Achterhoek en Twente in ere houdt.

Door Arjen Dieperink

ZWIEP - Eeuwenlang speelde men buitenaf op de midwinterhoren. Het spelen gebeurde boven de waterput. Het geluid werd dan versterkt weergegeven en de midwinterhoorn kon men steunen op de rand van de put.

Heden ten dage zorgt de Midwinterhoorngroep Lochem en omstreken voor dat de traditie blijft voortleven. Het bestuur bestaat uit Jacobus Trijsburg, Henk Kroese en Arthur de Nies. De heren bekleden respectievelijk de bestuursfuncties: voorzitter, secretaris en penningmeester. Zij worden bijgestaan door de coördinator Johan Leussink en contactfunctionaris Veronie Bakker.

Aan het eind van december vorig jaar organiseerde de Midwinterhoorngroep Lochem en omstreken op De Witte Wieven in Zwiep de vierde Gelderse Midwinterhoorntreffen onder auspiciën van de Federatie van de Gelderse Midwinterhoorngroepen. Woordvoerder Egbert Arkema: "De Midwinterhoorngroep Lochem en omstreken telt 26 leden. De belangstelling groeit nog steeds. De groei is onder andere te danken toen wij in 2017 een oproep deden om te leren blazen op de midwinterhoorn. Er meldden zich toen achttien blazers, uiteindelijk zijn er veertien tot onze vereniging toegetreden. De groep was zo enthousiast dat men zelf besloot iedere week te gaan oefenen. Dit resulteerde dat men in een zeer korte tijd het instrument goed kon bespelen en mee kon doen bij diverse festiviteiten."

De midwinterhoorn maakt men uit berk, els of een knotwilg. De stammetjes dienen mooi en recht te zijn en hebben een lengte tussen de 1,20 tot 1,50 meter .De bast wordt van het hout verwijderd. Daarna dient het hout langzaam, zo'n half jaar, te drogen om scheuren te voorkomen. Het mondstuk wordt van vlierhout gemaakt. Zodra het hout geschikt is om te bewerken wordt het in de lengte doorgezaagd. Met een klompenmakers-guts bewerkt men beide helften tot deze de gewenste uitholling hebben.

Voorheen werd gebruik gemaakt van de 'natte hoorns'. Beide helften werden tegen elkaar gelegd en met biezen op hun plaats gehouden. Met gespleten braamranken of wilgentenen omwikkelde men de hoorn. Daartussen kwamen houten wiggen. Ruim voor Advent dompelde men de midwinterhoorn in de put. Het water in de put zorgde ervoor dat het hout en de bies gingen opzwellen en dat men daarna op een luchtdichte hoorn kon gaan blazen.

Tegenwoordig gebruikt men hoofdzakelijk lijm om de helften te verbinden. Egbert Arkema: "Onze vereniging kent een druk programma. Wij treden op in onder meer Bad Bentheim, wandelingen in Zwiep en kasteel Ampsen, puttentocht in Laren maar ook bij kastelen als Middachten, Doorwerth en Ammersoyen."

Meer berichten