Hans kende op zijn 17e al het principe: meedoen met een club betekent iets doen voor de club.
Hans kende op zijn 17e al het principe: meedoen met een club betekent iets doen voor de club. (Foto: )

Het werd compleet nieuwe uitdaging

Toen Hans Derrix (80) op zijn 55e door een fusieproces uit zijn werkzame leven kon stappen, bleek de vele vrije tijd toch anders uit te vallen dan hij had verwacht. "Je hebt geen verantwoordelijkheid meer, je telt niet meer mee. Ik miste de spanning en de collegialiteit van mijn werk", vertelt Hans. Hij werkte jarenlang als directeur in de Jeugdhulpverlening. "Altijd op het scherpst van de snede. En dat lag me goed".

Door Ina Stoel

Tot zijn vrouw door een verjaardagscadeau werd verleid een bridgeles te volgen. Hans: "Ik ben toen meegegaan. We waren gelijk verkocht, terwijl ik nota bene helemaal geen spelletjesmens ben. Het continue appèl dat er op mijn analytisch vermogen werd en wordt gedaan, vind ik prachtig. Ik bridge nu 28 jaar en ik leer elke keer bij. Letten op elke kaart, betrokken zijn op je bridgepartner, letten op de tegenpartij die je probeert te dwarsbomen, alle kaarten onthouden, het kreeg me helemaal te pakken. Ik ben nu elke dag aan het bridgen, meestal op de computer en twee keer per week op onze club Jump '85". Hans kende op zijn 17e al het principe: meedoen met een club betekent iets doen voor de club. Hij begon destijds als penningmeester en materiaalbeheerder op de waterpoloclub 'De Berkel' in Lochem. Ook bij de bridgeclub begon hij met het helpen verzorgen van de bridgeruimte en het beheren van materiaal. "Werk wat iedereen kan en waarvoor je nog niet hoeft te kunnen bridgen". Nu zit Hans in het bestuur en is hij de contactpersoon naar de technische commissie. "Ik wilde de hoed en de rand van het bridgen kennen. Ik ben arbiter, waarvoor ik een tweejarige opleiding volgde en ik zit in de wedstrijdleiding. Bridgen is niet moeilijk, maar je moet er een hoop voor doen. Het is een soort geheimtaal. Ik vind hierin weer iets van die spanning van vroeger. Daar gedij ik bij. En bij Jump is het gezellig, we voelen ons met elkaar verbonden. En niet in de laatste plaats: het is een enorme geheugentraining". "Anti-Alzheimer" vult zijn vrouw aan. Hans denkt dat de combinatie van zoveel activiteiten en zoveel gezelligheid maakt, dat de club nooit gebrek aan vrijwilligers heeft. "We hebben 112 leden en daarvan zijn 32 leden actief". Inmiddels heeft het bestuur ook de opleiding in eigen beheer. "Het is prettig niet meer afhankelijk te zijn van de beschikbaarheid van externe docenten". Het bestuur is er kien op dat alles er verzorgd uitziet. "Dat is tenslotte het visitekaartje van de club. Verder ben ik erg veel van huis. Vergaderen, lesgeven, commissiewerk. Het moet wel gesteund worden door de achterban! Zet dat er ook vooral bij..."

Meer berichten