
Dronepiloot Gert-Jan Kappert (links ) wordt bijgestaan door waarnemer Peter Haas (rechts) en Gerrit ten Have. Foto: Sander Grootendorst
Oefenen voor als de reekalfjes komen
NatuurALMEN – De mist is vrijwel opgetrokken op landgoed Het Nijenhuis in Almen. Zaterdagochtend acht uur, de drones kunnen de lucht in. Hun warmtecamera’s detecteren warmbloedige dieren op en vlak boven de begane grond: zoogdieren en vogels. De ‘faunascan’, zoals hij wordt genoemd, levert vandaag geen reekalfjes op, daarvoor is het nog te vroeg in het jaar. Wel muizen (veel), hazen (een stuk of tien), een fazant en twee patrijzen.
Door Sander Grootendorst
De missie staat onder leiding van Herzo van der Wal, die de deelnemers namens het Kenniscentrum Reeën bevlogen én met humor aanstuurt. Het doel is deze morgen tweeledig: in kaart brengen welke dieren leven op de kleine vijftig hectare akkerland van de broers Bram en Willem van Lulofs Umbgrove én ervaring opdoen: “Hoe vind je vroeg in het seizoen de aanwezige dieren en wat moet je ondernemen om ze te beschermen?” Het gezelschap – zestien mannen en twee vrouwen – is groter dan gewoonlijk, er zitten ook belangstellenden bij die komen meekijken hoe zo’n project in zijn werk gaat. “Nieuwe vrijwilligers zijn welkom”, zegt Van der Wal. Belangrijke voorwaarde: “Je moet echt een natuurmens zijn.”
Gert-Jan Kappert en Frank Kienstra zijn de dronepiloten van dienst. Ze worden elk vergezeld door een waarnemer. Ze turen naar een beeldscherm waarop de camera via vierkantjes of stipjes aangeeft dat zich ergens tussen de drone en de aarde iets ‘warms’ bevindt. Dat kan ook een molshoop zijn of een muis, en het zou een enorm tijdverlies zijn om op al die beestjes in te zoomen; bovendien zijn dronebatterijen best gauw leeg. Goed samenspel tussen dronepiloot Kappert en waarnemer Peter Haas is dus van groot belang. Van der Wal: ”Het is een essentiële training voor als we later in het seizoen reekalfjes gaan vinden. Deze vroege scans leveren niet alleen meer veiligheid op voor kwetsbare dieren, maar ook waardevolle kennis: welke soorten verschijnen wanneer, hoe gebruiken ze het landschap, en hoe kun je daar als boer en vrijwilliger samen op inspelen.”
Wintervoedselakkers
Ook ervaren waarnemer Gerrit ten Have houdt het op een statief geplaatste beeldscherm nauwlettend in de gaten. “Zoom eens in, wat zijn dat?” roepen Haas en Ten Have in koor. “Aha, puttertjes!” Zaadeters in een strook waar een divers mengsel aan wilde planten is ingezaaid. In zo’n strook houden ook de patrijzen zich op, akkervogels die de laatste decennia zeldzaam zijn geworden.
“Aan gladde biljartlakens hebben vogels niets”, zegt Peter Haas. Natuurlijke akkerranden zijn een uitkomst, maar dat betekent wel dat je als boer productiegrond kwijt bent. Al word je er door de provincie voor gecompenseerd. De boeren van het Nijenhuis kozen hiervoor omdat “de bietenprijs in twee jaar is gehalveerd”. Ze hebben geen biologisch, maar een “gewoon gangbaar” bedrijf: ook daar kun je een of meer ‘wintervoedselakkers’ aanleggen. Er komt bij dat Bram en Willem van Lulofs Umbgrove de natuur weten te waarderen: hoe kan het ook anders in dit fraaie landschap ten westen van het dorp Almen, waar de roep van een wulp klinkt, een groene specht ‘lacht’ in het nabijgelegen bos en een geelgors boven je hoofd zijn liedje zingt. “Kijk, daar loopt een haas”, wijst Willem, die zich even heeft omgedraaid en uitziet op het grondstuk dat Kienstra even later met zijn drone zal afzoeken. “Sommige dieren kun je ook gewoon visueel waarnemen”, lacht Willem. Kienstra zal vaststellen dat hier in totaal drie hazen een fazantenhen zitten.
Kievitseieren
Hoe later in het jaar je de drones inzet, hoe eerder op de dag je moet beginnen. Als het licht te fel wordt, plaatst het apparaat stipjes bij door de zon verwarmde aardkluiten en wordt het nóg lastiger om onderscheid te maken. Soms zoomt Kappert in op wat een steen of een graspol blijkt te zijn. “Of zit er een addertje onder het gras?” grapt hij. “Kan niet, dat zijn koudbloedige dieren…”
Kievitseieren weet de drone eventueel wél te vinden. Dat kan aanleiding zijn voor het team om in te grijpen en het nest te markeren, zodat de landbouwer of loonwerker er omheen kan rijden met zijn werktuigen.
De eerste kievitseieren in den lande zijn al gevonden, de eerste jonge hazen gesignaleerd. Jonge reeën worden in mei en juni geboren. “Maar”, zegt Van der Wal, “in de natuur is dat nooit zo afgebakend, die fout wordt vaak gemaakt. Vorig jaar vonden we het eerste kalfje op 25 maart.” Dan is er werk aan de winkel voor Van der Wals reddingsbrigade.
Peter Haas: “Je wilt als boer geen reekalfje in de maaier. Dat is verschrikkelijk. Ook dat de reegeit, de moeder, dan twee avonden aan het schreeuwen is.” Maar de kalfjes liggen zo goed verborgen in het gras dat landbouwers ze onmogelijk kunnen waarnemen. Gerrit ten Have: “Als we dankzij de drone weten waar er een ligt, dan gaat een van ons ernaartoe. Het komt voor dat je er pal naast staat en geen idee hebt waar het kalfje is. ‘Een meter naar links!’ krijg je dan te horen via de communicatie met de dronepiloot en de waarnemer. En ja hoor, daar ligt het dier, onbeweeglijk.”
Wasmanden
Van der Wal heeft speciale ‘wasmanden’ meegenomen om te laten zien welke volgende stap de reeënbeschermer neemt: “Je plaatst de mand omgekeerd over het kalfje. Het blijft gewoon liggen. Alleen als het meer dan twee weken oud is, heb je kans dat het probeert weg te lopen, dan moet je snel zijn met de mand.”
De manden zijn oranje gekleurd: opvallend genoeg voor de bestuurder van een maaimachine.
“Tegen de avond halen we de mand weer weg, dan kan de moeder haar kalfje rustig voeden.”
Van een drone hebben reeën geen last: “Reeën letten niet op wat er boven hen gebeurt”, zegt dronepiloot Kienstra. “Waarschijnlijk omdat ze geen natuurlijke vijanden hebben die vanuit de lucht toeslaan.” Andere dieren merken het minihelikoptertje soms wel op, het lijkt ook enigszins op een roofvogel. Kienstra ziet op zijn scherm dat een fazantenhen zich voor de drone aan het verstoppen is. Maar het ‘gevaar’ is snel geweken: het zwenkt voorgeprogrammeerd alweer feilloos richting het landingsplatform. Van der Wal: “Wat ook kan gebeuren is dat een roofvogel of scholekster de drone aanvalt.” Die vogels zijn vanmorgen niet van de partij. Wel twee kieviten die met de lente in hun bol om elkaar heen dansen. Misschien komen straks, zodra het eerste ei is gelegd, de drones nog van pas, gesteund door het spiedende oog en de reddende hand van de natuurmens.
Meer informatie over Kenniscentrum Reeën: www.over-reeen.nl.














