Afbeelding

Blijmoedig

Opinie

‘Weet u waar Gudula is?’

Een meneer in de melkachtige winterzon. Ik zit me op het trapje voor de VVV te verbazen over het licht, dat er na dagen modder en donkerte eindelijk weer is, en zie zijn gestalte achter een rollator op me af wandelen, langzaam.

Gudula, Gudula – volgens mij is dat, behalve de kerk, ook de naam van een verzorgingshuis.

Ik wil de man de weg wijzen, de Markt over naar ‘t Ei – geweldige straatnaam, ik moet eens uitzoeken waar hij vandaan komt – wanneer ik achter zijn silhouet een sportieveling ontwaar. Beide pijpen van zijn trainingsbroek opgerold, hij heeft een hoofdband om, en haast.

‘Kent u Gudula,’ roep ik snel, ‘het woonzorgcentrum?’
De jogger houdt in. ‘Langs de kerk rechtdoor,’ hijgt-ie, ‘dan loop je er zo op af.’

De meneer met de rollator draait zich om, naar waar de nieuwe stem vandaan komt – kwam, inmiddels –, keert zich nu weer naar mij. Aan een handvat van zijn mobiele steunpilaar hangt een sleutelbos, met een hoofdletter en een nummer eraan, in duidelijke tekens.

‘Zal ik u begeleiden?’ vraag ik. ‘Meelopen tot aan uw huis?’
‘Nee hoor,’ roept hij, ‘nu ik de weg weet zal ik er wel komen.’ Hij maakt aanstalten om naar links te zwenken en roept: ‘Bedankt!’

Ik knik hem toe en kijk hoe hij zich langzaam maar zeer zeker langs de kerk verplaatst. Het woord ‘blijmoedig’ komt in me op. Op mijn telefoon tik ik het in. ‘Met een zekere opgewektheid en nonchalance het leven aanpakken.’

Zoef. Een ongewoon projectiel passeert. Drie scholieren op een fiets. Eén trapt verwoed op de pedalen, de tweede zit zo dicht mogelijk tegen hem aangeschoven op de bagagedrager, nummer drie staat rechtop, er is nog net plek voor zijn voeten achter de billen van zijn collega. Hier en daar bungelen rugzakken. Het Staring College is weer begonnen. Blijmoedig joelend vervolgen de jongens hun circusact.

Hond Hazel wil achter ze aan, ik houd haar tegen. We gaan langs de Berkel lopen. Helaas is het geen dinsdag, dan zouden we een kijkje nemen in Kwispel, de kersverse dierenvoedselbank aan de Noorderbleek.

Wanneer de jeugd uit zicht is, zie ik de Gudula-meneer nog steeds.

Hij schuifelt ‘t Ei in.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant