Afbeelding

Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen

De landelijke Maatschappi was in 1784 opgericht in Edam en in 1831 werd het departement Lochem opgericht door bekende Lochemers als rector Peerlkamp van de Latijnse school, fabrikant Reerink, gemeentesecretaris Spijker, dichter Staring en dominee Van IJssel Groothuis. Lezingen geven om het volk te verheffen was het eerste doel, maar al heel snel kwam er veel meer uit de handen van de oprichters. 

In 1823 al werd door dezelfde initiatiefnemers een bibliotheek gestart, in 1843 een bewaarschool en in 1844 een school voor zangkunst.. Speciaal voor ambachtslieden als loodgieters, metselaars, timmerlieden, wagenmakers en elektriciens werd vanaf 1857 'teekenonderwijs' gegeven. Ook de lichamelijke gesteldheid van de mens kreeg aandacht: in 1866 werd een gymnastieklokaal ingericht en vanaf 1867 werd zwemles gegeven bij de molen van Reudink. En voor de vrouwen en meisjes was er vanaf 1883 een 'huisvlijtschool'.

Al deze initiatieven kostten natuurlijk geld. En voor veel ervan waren lokalen nodig. Hier ontstond een bijzondere samenwerking tussen het Nut en de (gemeentelijke) Spaarbank. En eigenlijk moeten we hier de gemeente zelf ook bij noemen, want investeringen van de Spaarbank hadden toestemming nodig van de Gemeenteraad. 

Het meest zichtbare gevolg van deze samenwerking was de bouw van het Volkshuis in 1892. Dit door Berlage ontworpen gebouw aan de Dr. Rivestraat werd gefinancierd door de Spaarbank, die er ook zelf naar verhuisde. In het gebouw waren ook de bibliotheek en de badinrichting gevestigd, allebei initiatieven van 't Nut. En in de lokalen vonden de lessen van de zangschool, de teekenschool, de huisvlijtschool en – vanaf 1896 – de kookschool plaats.