
Ton Lathouwers
Opinie LochemHerfst. Het is guur en kil. Het lijkt hondje Hazel niet te deren. Mij ook niet. Vandaag wordt alles overschaduwd door de dood van een vriend.
Hij is tweeënnegentig geworden, ‘een respectabele leeftijd’. Dat neemt het verdriet over de onomkeerbaarheid niet weg natuurlijk. Er waren tijden waarin we elkaar bijna dagelijks zagen, veel belden en mailden. Er waren tijden dan we elkaar nauwelijks spraken. Altijd was er de verstandhouding. Wederzijdse troost, belangstelling, respect.
Het leven jakkert voorbij. In mijn hoofd buitelen herinneringen. Langs de oever van het Twentekanaal zit een visser naar zijn apparatuur te turen. Je kunt het geen hengel meer noemen, zo geavanceerd ziet zijn installatie eruit. En zo statisch.
Ik denk aan de fietstochten van Ton, mijn overleden vriend. Nog toen-ie ver in de tachtig was, trapte hij geregeld over de dijk langs de IJssel, in weer en wind. De man, die het liefst ‘jongetje’ genoemd wilde worden. De zenleraar, de voormalig professor in de Russische letterkunde. Die in zekere zin mensenschuw was, en ook zo’n behoefte had aan nabijheid. Hem vond ik dynamisch.
In alles: zijn denken, zijn schrijven, zijn praten. We voerden gesprekken over poëzie, films, muziek, onze levens. Dostojevski, Sjestov, Björk, Antony – nu: Anohny – and the Johnsons. Door hem ben ik beter naar de wereld gaan kijken. Hij was de meest inclusief denkende mens die ik ooit heb ontmoet, ver voor ik ooit van ‘inclusie’ had gehoord. Hij gaf anderen moed en vertrouwen.
Hij *
Hij was een ernstig kind
dat vogels van een ver verdriet
stil in zijn hand liet wonen.
Een dat geestdriftig spreken kon
van dromen, van rivieren
en van kleine blauwe bloemen,
van beloften uit de verte.
Hij bleef zijn leven lang
dat kind. Dat altijd zocht
en nooit zou vinden,
al wist hij bij benadering
het alomvattende te raken.
Hij inspireerde tallozen,
kon vreugde en geluk verstaan,
en ook verdriet en pijn.
*) vrij naar ‘Zij’ van Ton Lathouwers