Ook in de Achterhoek wordt ingesprongen op de toenemende (behoefte aan) arbeidsparticipatie onder AOW'ers/gepensioneerden. Foto: Mark Ebbers
Ook in de Achterhoek wordt ingesprongen op de toenemende (behoefte aan) arbeidsparticipatie onder AOW'ers/gepensioneerden. Foto: Mark Ebbers

Steeds meer pensionado's blijven werken

REGIO - Het aantal doorwerkende gepensioneerden groeit. Veel gepensioneerden blijven werken omdat ze er plezier in hebben, zich nuttig willen voelen en de flexibiliteit waarderen, terwijl er ook doorwerkers zijn die vooral waarde hechten aan extra inkomen of sociale contacten. Ongeveer 12% van de niet-werkende gepensioneerden geeft aan dat ze bij personeelstekort graag weer bij hun oude werkgever aan de slag zouden gaan. Dit blijkt uit een onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut.

Hoewel de AOW-leeftijd traditioneel wordt gezien als het moment om te stoppen met werken, laat de trend zien dat arbeidsdeelname onder AOW-gerechtigden de laatste jaren fors is toegenomen. Zo steeg de deelname van mannen van 68 jaar van 10 naar 26% en van vrouwen van 3 naar 8% tussen 2003 en 2023. Deze stijging geldt ook voor hogere leeftijdsgroepen, wat belangrijk is nu de groep 67-plussers groeit en de arbeidsmarkt krap is.

Onderzoek via het NIDI Pensioen Panel wijst uit dat in 2023 12% van de gepensioneerden actief was in de arbeidsmarkt, en daarnaast had ongeveer 10% na pensionering nog gewerkt. Hoger opgeleiden (hbo/wo) blijven vaker doorwerken dan lager opgeleiden. Gezondheid blijkt een belemmerende maar geen uitsluitende factor: 8% van gepensioneerden met een matige of slechte gezondheid is nog actief op de arbeidsmarkt. Oudere doorwerkers blijken behoorlijk ambitieus: gemiddeld wil men op de leeftijd van 75 stoppen met betaald werk.
Doorwerkers doen het vooral in deeltijd. Waar vóór de pensionering nog de helft van de deelnemers aan het onderzoek werkzaam was in een voltijdsfunctie (36 uur of meer), werkt daarna 63% 16 uur per week of minder. 13% werkt na de pensionering vier dagen of meer. Het aantal werkuren overlapt ook met het dienstverband. Gepensioneerden die maximaal 16 uur per week werken hebben veelal een nul-urencontract of zijn oproepkracht, terwijl de doorwerkers die meer dan 16 uur per week werken vaker een vast contract hebben.

Het merendeel (62%) van de mensen die doorwerken na de pensioenleeftijd verricht dezelfde of vergelijkbare werkzaamheden als voor de pensionering; de helft hiervan werkt bij de oude werkgever; de rest werkt bij een andere werkgever of als zelfstandige (zzp’er). De rest gaat totaal ander werk doen.
Doorwerken na de pensionering blijkt vooral positief gemotiveerd te zijn: plezier in het werk, het gevoel echt nuttig te zijn, en van betekenis zijn voor anderen. Een meerderheid noemt bovendien sociale contacten op het werk, en gevraagd worden door een werkgever als (tamelijk) belangrijke motieven om na de AOW-leeftijd actief te zijn in betaald werk. Slechts zo'n 10% geeft aan dat het financiële motief erg belangrijk was, terwijl het voor een kwart van de werkende AOW’ers geen enkele rol speelt.