Kers
Voorovergebogen naast een sloot tussen landgoed De Velhorst en huize Ehzerwold tuur ik naar een stukje groen op mijn hand. Ik heb het net uit de klei getrokken. Onder hoog geboomte en in de schaduw voelde de grond verrassend vochtig, kleiachtig – ik moest voorzichtig wroeten om het fijn getande plantje met miniworteltje boven de bodem te krijgen.
Zelf ben ik bijna uitgedroogd, het fragment tong van hondje Hazel dat buiten hangt is inmiddels groter dan het gedeelte binnensbeks. Ze heeft onderweg uit de Berkel gedronken, maar ik vermoed dat ook zij snakt naar koel, fris water. Heb mezelf in mijn hoofd vermanend toegesproken. Je praat en leest over klimaatverandering, nu wordt het tijd dat je je gedrag aanpast: flessen water mee, tijdens het wandelen.
Het plantje vroeg een minuut of een geleden om mijn aandacht. Hee, is dat niet… vroeg mijn brein zich af, voordat het werkelijk nadacht. Toen was daar het grote niets. Ik weet zeker dat ik de naam onlangs in een geheugenlaatje heb gestopt, maar waar bevindt de kast zich?
'Gaat het wel goed?' Een mevrouw die langsloopt, fietsstuur aan de hand, bekommert zich om me. En om Hazel. 'O, u staat iets te bekijken,' concludeert ze, bijna teleurgesteld, zodra ze dichterbij is. 'Ik zag uw hond zo hijgen, en u zo staan…'
Ze maakt de zin niet af, in haar ogen zie ik bezorgdheid. 'Varkenskers,' zeg ik. 'Varkenskers!' Haar verbaasde blik brengt me terug naar het hier en nu. 'Ik denk dat het kruid zo heet,' verklaar ik, 'dit plantje.' Haar blik wordt niet minder verbaasd.
Van de weeromstuit spring ik over naar daar en toen. 'Ik was op een bijeenkomst van voedselbos-verbouwers,' begin ik. 'Het ging over de kruidlaag die je kunt aanbrengen onder je bomen en struiken. Ik twijfel of dit een van de kruiden is die we toen hebben geproefd. Ik kwam alleen niet op de naam. Toen u verscheen, sprong-ie weer in mijn hoofd.'
'Varkenskruid? vraagt de vrouw. ‘Daar heb ik nooit van gehoord.'
'Varkenskers,' corrigeer ik. Het klinkt nogal jufferig. 'Ik tot voor kort ook niet,' haast ik me te zeggen. 'We hebben met een paar mensen geprobeerd de naam te verklaren.'
'En?' vraagt ze.
Zo komt het dat ik op een doordeweekse ochtend een wildvreemde mevrouw, de hond uitgeput aan onze voeten, vertel over door varkens omgewoelde grond, en het daarop gedijende plantje dat voor de zwijntjes is als een kers op de moddertaart.