Afscheid

‘Maàààham?’
‘Ja?’
‘Kijk es.’
‘Wat? (…) Ooooo, hoge hakken!’

Hazel en ik zijn in de kringloop in Lochem. We nemen pauze van onze wandeltocht. Ik zoek een sjaal; de zon schijnt, maar er trekken koude vlagen door de straat. Bij de paskamers staat een meisje voor de spiegel. Naast haar een moeder en nog een vrouw — buurvrouw, tante, vriendin.

‘Zijn het je eerste?’
‘Ja.’
‘Echt?’
‘Ze zit nog niet eens op de middelbare,’ zegt de moeder.
‘Ze staan je fantastisch.’
‘Ze voelen raar.’

Ze zet een paar voorzichtige passen. Iets tussen wie ze was en wie ze wordt. Ik laat een wollen sjaal door mijn handen glijden en moet denken aan mijn dochter, jaren geleden, waggelend door de keuken op mijn laarzen. Hoe een fase zich aankondigt zonder overleg.

Ik ben blij met de afleiding. Mijn gedachten zijn de hele dag elders. Afgelopen donderdag nam Marcel afscheid van het leven. Hij wilde dat op een waardige manier doen en koos voor euthanasie. Eind vorig jaar hoorde hij dat hij alvleesklierkanker had. Vanaf toen ging het snel.

We leerden elkaar vorige zomer pas kennen. Hij, galeriehouder, vroeg Peter, een filosoof, om mee te denken over een cultureel programma. Samen kwamen ze bij mij. We zaten om de beurt bij elkaar aan tafel. Marcel kwam altijd met nieuwe invalshoeken. Ideeën die vonkten, kunstenaars die ons anders naar de wereld lieten kijken. In november trof ik hem in Het Koelhuis in Zutphen. ‘Mijn conditie wordt minder,’ zei hij. Hij was bij de huisarts geweest, die had hem doorverwezen naar een specialist.

In het hospice in Warnsveld was het licht zacht. Open, bijna huiselijk. Sereen en ernstig tegelijk. Marcel en zijn geliefde, Sjia, brachten er de laatste weken van zijn leven door. Ze gaven de ceremonie vorm op papier, tot in de details. Sjia nam een foto van Marcel en mij, terwijl we in gesprek waren. Dat had ik pas door toen ze hem opstuurde.

In de rij voor de kassa staan de drie vrouwen voor me.

‘Koop je ze?’ vraag ik. ‘De hoge hakken?’
Het meisje kijkt achterom en knikt. Ze steekt haar hand de lucht in, daaraan bungelen ze, nog een beetje onwennig. Een groot moment.