Burgerlijke verontwaardiging

Zo’n 1,5 week geleden bereikte mij via NOS teletekst het bericht, dat de wethouder van Lochem belast met het asielzoekerscentrum aan de Ampsenseweg de omwonenden een geldbedrag aanbiedt. In aansluiting op dit landelijke bericht en de inmiddels ontstane commotie werd vorige week een breed artikel in de Berkelbode van 25 februari 2026 gepubliceerd, waarop de wethouder via een statement apart reageerde. Hierin werd benoemd dat het om een financiële tegemoetkoming voor preventieve maatregelen ging, die voor de direct omwonenden hun gevoel van leefbaarheid kunnen versterken. Gelukkig werden bij de Lochemse regeling andere bewoordingen gebruikt dan een jaar geleden in Dordrecht, waarbij hetzelfde heeft gespeeld. 

Als inwoner was ik hoogstens verbaasd over dit bericht. Ik dacht tegelijkertijd wat een warm welkom van ons college gaat hiervan uit naar de nieuwe inwoners van ons asielzoekerscentrum. Kijkend vanuit de rechten van de mens is een plek om te wonen een essentiële voorwaarde voor een menswaardig bestaan voor hen, die voldoen aan de voorwaarden voor asielverlening en erkenning als vluchteling. Ik vraag me dan af hoe ons college van B&W gaat toezien op de realisatie van het recht op huisvesting en structurele achterstelling tegengaat. 

Daarnaast voed je in mijn ogen ook de verschraling van rechtsbescherming voor asielzoekers in ons gemeente. Dit staat op gespannen voet met onze Grondwet. B&W voedt door deze financiële maatregel aan omwonenden een mechanisme van stigmatisering, dat zou kunnen leiden tot uitsluiting en discriminatie. Van een wethouder had ik een andere insteek verwacht. Namelijk, het voorkomen van stigmatisering van een kwetsbare groep. 

Een eyeopener voor onze wethouder kunnen mogelijk de onderzoeksresultaten van onderzoekster Sigrid Suetens van de Universiteit van Tilburg zijn. Zij heeft in 2024 onderzoeksresultaten gepubliceerd gebaseerd op een onderzoek in de periode tussen 2011 en 2016. De onderzoekers concentreerden zich specifiek op plaatsen waar voor 2014 nog geen asielzoekerscentrum was. Vervolgens keken ze naar buurten waar tussen 2014 en 2016 wel een opvanglocatie kwam, vergeleken met buurten waar dit niet gebeurde. Het onderzoek van Sigrid Suetens en haar team gaat over de vraag hoe lokale bewoners denken over asielzoekers als ze met hen in aanraking komen, en of dit invloed heeft op stemgedrag. De resultaten laten zien dat mensen die dicht bij een asielzoekerscentrum wonen een positievere houding ontwikkelen ten opzichte van immigranten en etnische diversiteit, in vergelijking met mensen die geen asielzoekers in hun buurt hebben. Ook zijn ze minder geneigd om anti-immigratiepartijen te steunen. Het onderzoek suggereert dat dit komt door het contact tussen bewoners en vluchtelingen. Andere factoren zoals verbeterde werkgelegenheid en vertrouwen in de overheid kunnen deze resultaten niet verklaren.

Wat mij bezorgd maakt is de stigmatiserende werking die uit kan gaan van de aard van deze maatregel en hun onderbouwing. Het doekje voor het bloeden dat aan de omwonenden wordt aangereikt, is een verkeerd signaal. Met verkeerd bedoel ik dat er een voorstelling van zaken kan worden neergezet, waardoor het tot nog meer onverdraagzaamheid zou kunnen leiden in onze samenleving. Dit kan niet alleen de asielzoekers raken, maar ook de statushouders, Nederlanders met een migratiegeschiedenis of Nederlanders die als migrant worden gezien.

Het voorkomen van stigmatisering van kwetsbare groepen is een mensenrechtelijke verplichting voor iedereen die publieke verantwoordelijkheid draagt. Deze grens is naar mijn mening in deze situatie overschreden.


Henny Jansen