Teek
Dochter en ik zouden van Almen naar Deventer wandelen. Om te trainen voor Zwitserland; daar hopen we binnenkort door bergen te wandelen.
’Wat warm is het,’ zuchtte ze, nog voor we van het Twentekanaal afzwaaiden. ‘Er komen bomen,’ voorspelde ik, ‘dat loopt lekker in de schaduw.’
De dag was mooi. Het groen van gebladerte oogde lichtgevend, boomschors betoverend en het rook naar zoethout toen we tussen de dennen liepen. De opstartende audio van de kartbaan in Eefde kwam in alle hevigheid binnen, dat was dan weer minder aangenaam.
Een eind verderop bereikten we uitspanning de Zessprong, even voordat het open zou gaan. Er zat een meneer in een rollator aan het bier, terwijl een ober tafels aan het schoonmaken was. ‘Ga gerust zitten,’ riep hij vriendelijk, ‘ik maak dit af en dan kom ik bij jullie.’ Hij zag me naar de biermeneer kijken en zei: ‘Sommige klanten krijgen een speciale behandeling.’
Toen de ijsthee en de cappuccino tussen ons in stonden keken dochter en ik naar de entree van een serveerster. Haar komst was al aangekondigd. ‘Ze is meestal exact op tijd,’ zei de rollatormeneer. Hij haalde een bakje aardbeien tevoorschijn en legde het op tafel. Toen de serveerster hem een nieuwe pul bier bracht, schoof hij het naar voren. ‘Hier,’ zei ie, ’pak maar.’ De serveerster nam een aardbei. ‘Speciaal voor je meegenomen.’ Een zoet tafereel, we genoten.
Totdat mijn dochter naar haar buik greep en riep dat ze jeuk had. Ze trok haar shirt omhoog en ja hoor, daar zat-ie: een teek. Ik verstoorde de lieflijke scène door de serveerster om een tekentang te vragen. Ze knikte, met een aardbei nog in haar mond liep ze naar binnen. Dochter zat met een vertrokken gezicht, het duurde mij te lang. Toen ik opstond, kwam de ober naar buiten. Met een pincet in de hand.
Ik wilde die van hem aanpakken, maar hij stevende doelbewust op dochter af, knielde neer, trok haar shirt omhoog en zette de pincet op scherp. ‘Zal ik niet…’ vroeg ik nog – maar ze was allang blij dat eraan gewerkt werd. Binnen een paar seconden was het beest eruit.
De ober liet ons opgelucht en enigszins verbaasd achter. Bij het afrekenen bedankte ik hem voor zijn kundige optreden. ‘Ach,’ zei hij, met een brede glimlach. ‘Mijn andere baan is huisarts.’
Hij had het al gezegd: sommige klanten krijgen een speciale behandeling.