Luchtfoto van de Lochemse Coöperatieve Zuivelfabriek aan de Stationsweg. Op de achtergrond de Goorseweg. Het Twentekanaal was er nog niet. Foto: collectie Erwin Stegeman/FrieslandCampina
Luchtfoto van de Lochemse Coöperatieve Zuivelfabriek aan de Stationsweg. Op de achtergrond de Goorseweg. Het Twentekanaal was er nog niet. Foto: collectie Erwin Stegeman/FrieslandCampina

FrieslandCampina wordt 150 jaar en 115 jaar in Lochem

LOCHEM - FrieslandCampina viert de 150e verjaardag van het concern. De historie van de Lochemse vestiging gaat 115 jaar terug. Woensdag werd het startschot gegeven voor de wereldwijde jubileumfestiviteiten. Een verslag hiervan volgt op de website en volgende week in de krant. In dit artikel duiken we in het verleden van de zuivelgigant dat op dit moment bijna 24.000 werknemers telt.

Door Henri Bruntink

De Arnhemse Melkinrichting, opgericht in 1871, geldt als de start van de zuivelindustrie in Nederland. Het zaadje voor het huidige FrieslandCampina werd geplant toen 20 boeren in de Wieringerwaard in 1872 besloten hun melk samen te laten verwerken. Van een gigant was destijds allerminst sprake. Dat geldt helemaal voor de melkfabriek in Lochem die in 1906 aan de Stationsweg stond. Het was een fabriekje zoals alle anderen. En dat waren er veel. In regio hadden ook Zwiep, Laren en de Velhorst een melkfabriek. De melk moest dichtbij de boeren worden verwerkt vanwege de nog primitieve vervoermiddelen waarmee geen grote afstanden konden worden afgelegd.

Start in 1906
Erwin Stegeman werkt al decennialang bij FrieslandCampina en de voorlopers daarvan. Hij noemt zichzelf ‘geschiedenisfreak’ en geldt als de archivaris van de Lochemse vestiging. Hij verzamelt al jaren alle informatie die beschikbaar komt. Hij vertelt: “In Lochem was al vanaf 1883 een melkfabriekje actief. Dat was privébezit van ene Kingma. In 1905 ging deze echter failliet. Een jaar later ontstond op dezelfde plek de Lochemse Coöperatieve Stoomzuivelfabriek en Melkinrichting.” Bij de oprichting was er sprake van 68 boeren en particulieren met 291 koeien

Erwin Stegeman zegt: “Vroeger hadden veel mensen een of meerdere koeien. Zelfs de bekende dokter Haitsma Mulier had er een. Melk, die niet voor eigen consumptie was bestemd, ging naar de melkfabriek. Daar werd er onder meer boter van gemaakt, ook al omdat dit langer houdbaar was dan melk.” De afgeroomde melk (ondermelk) ging terug naar boeren en werd weer aan het vee gevoerd. De coöperatie had 68 leden. De grootste boer bezat 12 koeien. De meeste leden hadden er beduidend minder en 41 van hen molk 5 koeien of minder.

Calamiteiten
In 1925 vond de stormramp in Borculo plaats. Toen verwerkte Lochem 15 dagen lang alle melk van de boeren daar. “Dat markeert de start van de functie van Lochem als calamiteitenverwerker. Melk van elders werd hier in geval van nood verwerkt. Bij storingen in andere fabrieken en later ook tijdens MKZ-crisis. Toen werd er melkpoeder van de melk gemaakt. Lochem lag centraal in Gelderland en Overijssel”, aldus Stegeman.

Die rol was de eerste ‘redding’ van de Lochemse zuivelfabriek. Maar de overgang naar de productie van melkpoeder zorgde er niet alleen voor de fabriek overleefde, maar ook dat het kon uitgroeien tot de huidige omvang. Vreemd genoeg namen 8 andere coöperatieve melkfabrieken het initiatief voor de poederfabriek in Lochem. Lochem zelf was daar niet bij betrokken. Aanleiding was een overschot aan ondermelk. De boeren wilden het niet meer en de coöperaties zochten naar wegen om het af te zetten. En liefst door er een lang houdbaar en verkoopbaar product van de te maken. Dat werd dus het lang houdbare melkpoeder.

Berkelstroom
De poederfabriek kreeg de naam Berkelstroom. En in 1965 ontstond Coberco. Dat is de naam die oudere Lochemers nog steeds gebruiken om de inmiddels tot reus uitgegroeide bedrijf aan de Goorseweg. Coberco was een samenvoeging van COmegro, BERkelstroom en COndensfabriek Deventer. Het hoofdkantoor stond in Zutphen.

In 1977 werd in Lochem een nieuwe centrale botermakerij gebouwd. Erwin Stegeman legt uit: “De poeder- en boterfabriek versterken elkaar. Het vet uit de melk wordt verwerkt in de boterfabriek; de magere melk, karnemelk en serum in de poederfabriek. De prijs van eiwit en vet schommelt nogal. In Lochem kan dus worden gekozen wat het best van de aangevoerde melk gemaakt kan worden.”

Eigen woningen
De melkpoeder werd jarenlang verpakt door NCZ, dat in het meest oostelijke deel van het bedrijfspand zat. Het werd verpakt in blikken en verscheept naar onder meer Afrika en Azië. NCZ is door fusie opgegaan in het huidige FrieslandCampina. De voorlopers golden vooral als lokale werkgever maar door de vele fusies en overnamen kwamen er steeds meer mensen van elders hier werken. Vooral ook uit Twente. Het huisvesten van werknemers is tegenwoordig (weer) lastig. Vroeger had de fabriek daar een eigen woningbouwvereniging voor. Onder meer de woningen aan de Larenseweg in Lochem behoorden daartoe.

In de vorige eeuw had de Lochemse gemeenschap niet alleen als werkgever te maken met de melkfabriek. Jarenlang werd het water van openluchtzwembad Stijgoord verwarmd met water uit de ongeveer 200 meter verderop gelegen fabriek.

Enkele highlights uit de historie:
- In de Tweede Wereldoorlog werd de Lochemse melkfabriek gedwongen om textiel-kaseïne te produceren. Dit ging naar de Algemene Kunstzijde Unie in Ede die er garen voor kleding van maakte. De productie startte op 27 juli 1942 maar in oktober kwam de opdracht uit Den Haag om hiermee te stoppen vanwege het grote gebrek aan consumptiemelk in West-Nederland.

- In 1984 werd ‘superheffing’ ingevoerd. Dat zorgde voor veel minder melk voor Coberco. Een deel van de poedercapaciteit werd stilgelegd en de boterproductie werd nog verder geconcentreerd, wat dan weer een voordeel was voor Lochem.

- In 1992 liep Lochem uit om getuige te zijn van de plaatsing van een nieuwe poedertoren, via een opening in het dak van de fabriek. Het gevaarte was afkomstig van een stilgelegde vestiging van Coberco in Heino en verving twee oude poedertorens.

- In 1998 verdween de vertrouwde naam Coberco van de gevel van de fabriek. Hiervoor in de plaats kwam een lichtbak met ‘Friesland Coberco’. Inmiddels prijkt daar alweer enkele jaren de naam ‘FrieslandCampina’.

- In 2001 kwamen melkauto’s uit de door MKZ getroffen gebieden melk lossen in Lochem. De fabriek werd het centrale punt voor de verwerking.

- In 2006 werd het 100-jarig jubileum gevierd. Naast open dagen en een groot personeelsfeest deed Friesland Foods Butter een donatie gedaan aan openluchttheater De Zandkuil en een aantal toneelgezelschappen.

Meer informatie over de geschiedenis van de Nederlandse zuivelindustrie is te vinden via: zuivelhistorie.nl. Informatie over FrieslandCampina: www.frieslandcampina.com/nl.

Henri Bruntink
Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden