Afbeelding

Bovist

Opinie

‘Eddy zei dat-ie een slang heeft gezien!’
‘Dat zou goed kunnen, Bram, er kunnen hier best ringslangen zitten.’
‘Ik wil ook een ringslang zien!’

We lopen over de Gorsselse heide, in een goddelijke nazomerzon, hondje Hazel en ik. En we zijn niet de enigen, al is het een doordeweekse dag. Ik vraag me af waarom Bram en Eddy hier over het bijna verdwenen paars mogen denderen. De vader – ik neem maar even aan dat het hun vader is, de man die met ze wandelt –doet geen moeite de jongens in toom te houden. Ze trekken heidestruiken uit de grond en walsen jonge boompjes plat.

‘Ik wil hier blijven!’ Het gejengel om de ringslag gaat door. Brammetje is stokstijfstil op het wandelpad blijven staan, terwijl de andere twee doorlopen. Inmiddels hebben Hazel en ik het clubje ingehaald. Ik heb geen zin om de ontknoping mee te maken.

Flarden van gesprekken tot me nemen mag dan een hobby van me zijn geworden tijdens expedities door de gemeente, maar in gedoe met onwillige kinderen heb ik vandaag geen zin. Onbewust speur ik voortdurend naar plotseling opdoemend wit in een van mijn ooghoeken, al weet ik dat ze hier niet eens kúnnen voorkomen, alleen het giftige broertje. Wartaal? Het zit zo.

Van de week bracht een boerderijgenoot een reuzenbovist mee. Had-ie gevonden op een grasland, ergens tussen Harfsen en Eefde. Het was een joekel. Bolvormig, in twee delen, die als vrouwenbillen aaneen zaten. Het was werkelijk kunst. Kunst uit de natuur.
De andere zijde bestond uit een grote ronde vorm, die zichzelf letterlijk te buiten groeide; er was een opening ontstaan omdat de huid te strak werd voor de binnenkant. De scheur had de vorm van een omgekeerde glimlach, zodat de bovist van die kant op een triest kijkende smiley leek. Kortom, hij was fotogeniek. We hadden hem moeten wegen, dan had ik op deze plek wellicht indruk op u kunnen maken. We vergaten het in alle opwinding.

Inmiddels ligt de reus in de vorm van zorgvuldig gesneden, licht gekruide en voor een deel gepaneerde en gebakken plakken in de vriezer. We hebben een fractie van hem geproefd, iedereen was onder de indruk: ‘Wat een verrukkelijke structuur,’ en: ‘Precies een perfecte omelet’. 

‘Braaaaaaaaaaammmmmm, hier komen!’ galmt het tegen de bosrand. ‘Hierrrr en nu!’ Brammetje staat voorovergebogen naar iets te turen tussen de hei. Als het maar geen aardappelbovist is. Inderdaad, het giftige broertje.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant