
Bomen vieren
OpinieDoel is het nieuwe bankje in Lochem. Een paar weken geleden onthulde een wethouder de zitgelegenheid op de Markt aldaar. ‘Een goed gesprek begint met iemand écht zien’ staat op een gouden plaquette, die op de rugleuning van de bank is bevestigd. Dat vind ik mooi, dat is natuurlijk ook waar ik op uit ben iedere twee weken.
In de buurt van Zwiep, vanwaar ik naar het marktplein wil wandelen, kom ik hem tegen. Hij herkent Hazel. ‘Is dat niet die hond uit de krant?’ wil hij weten. Ik beaam het, en vraag hem waarnaar of naar wie-ie op weg is, zo netjes aangekleed, met een krant onder zijn arm. Hij lijkt wel een Engelsman.
‘Ik wil dat best vertellen,’ antwoordt hij. ‘Maar wél anoniem.’ Dat kan ik beloven. Ooit gaf ik iets te veel details prijs over een mevrouw die we ontmoetten bij de Berkel, daar moet ik meteen aan denken, nu de man vraagt zijn naam niet te onthullen. Het zal me niet nog eens overkomen.
Al voor ik mijn belofte heb uitgesproken, begint hij te vertellen. ‘Ik ga naar de bosrand,’ zegt hij, wijzend naar de verte. ‘Onze kleindochter vierde onlangs de nationale boomfeestdag op school, sindsdien bomen we veel over bomen, zogezegd.’ Hij glimlacht bij die woorden. ‘Ik ga op zoek naar een mooi stuk schors voor haar.’
Terwijl hij vertelt, herinner ik me dat er vroeger ieder jaar ‘nationale boomplantdag’ in mijn schoolagenda stond. Ergens in maart, als ik me niet vergis. De goedgeklede wandelaar weet dat ook nog. ‘Dat is veranderd in boom-feest-dag,’ vertelt hij. ‘Het is natuurlijk ook veel leuker om bomen te vieren. En dat planten doen ze nog steeds hoor, mijn kleindochter ook.’
We lopen in de richting van het groen waar de man naar wees. Hij komt me steeds Britser voor, nu hij met krant en al naast me wandelt. Ik vertel hem over de Engelsman met wie ik ooit het plan opvatte om langs Hadrians Wall te lopen, in de buurt van Schotland. Op het afgesproken tijdstip arriveerde hij met een wandelstok en een krant onder zijn arm. Zijn tweedjas was onberispelijk en zijn schoenen leken net gepoetst.
‘Nou, zó netjes zie ik er toch ook niet uit,’ zegt mijn medewandelaar. ‘Een stuk netter dan ik,’ concludeer ik, naar mijn kloffie kijkend. Eensgezind lopen we verder. Hazel dartelt.
Samen op zoek naar schors.










