Afbeelding

Babyhuid

Opinie

Hij is een man van gemiddeld postuur met heldere ogen, blauw. Ik kom hem tegen op de Binnenweg, in de buurt van Almen. Hij lijkt bijzonder gecharmeerd van mijn hond.

‘Is het een ras?’ vraagt-ie, op Hazel wijzend.

Ik vertel hem dat het een Portugees straathondje is. Terwijl ik dat doe, trek ik onwillekeurig mijn sjaal wat hogerop. Door een ongelukkig kruikincident heb ik een brandwond op mijn rechterwang. Dat voelt nogal kwetsbaar.

‘Wat is er met u gebeurd?’ vraagt de man. Mijn poging tot verhullen heeft niet gewerkt. Het is even stil. ‘Of vraag ik nu teveel?’ gaat hij door. ‘Nee hoor,’ zeg ik. ‘Tijdens het vullen van een kruik is er kokend water in mijn gezicht gespat. Ik ben nogal onhandig.’ Ik trek de sjaal een beetje opzij. Mijn wang zit vol hydraterende zalf, fase twee van de wondbehandeling, en ik moet oppassen dat er geen stofjes in komen.

‘ik zal u iets vertellen,’ zegt de man, terwijl-ie zonder omhaal van woorden een eindje met Hazel en mij oploopt. ‘Mijn zoontje was net negen maanden toen-ie naar een kop thee greep die op een richel boven de bank stond. Hij liet de mok van schrik uit zijn handje vallen en zijn linkerbeen zat onder de gloeiend hete thee. Van zijn enkel tot aan zijn heupen had-ie brandwonden. Derdegraads.’

Ik slik. Het beeld van een verbrand babybeentje dringt zich aan me op.
‘Jullie gingen naar Beverwijk zeker? vraag ik.

‘Nee,’ gaat de man verder, ‘we woonden in Amerika destijds, in de staat New York. We gingen naar het lokale ziekenhuis. Maar waarom vertel ik dit?’ Hij kijkt me indringend aan. Ik kijk waarschijnlijk wat schaapachtig terug. ‘Omdat onze zoon nu negentien is, en telkens wanneer het hierover gaat, roept hij dat-ie er geen woord van gelooft. Er is namelijk niets te zien op zijn been. He-le-maal niets.’

We praten over de brand in de Zwitserse bar afgelopen oudejaarsavond. En over de ramp die zich in café ‘t Hemeltje in Volendam voltrok, aan het begin van deze eeuw.
‘Dit is natuurlijk allemaal niet te vergelijken met zoiets als dit,’ zeg ik. ‘Maar toch, je beseft extra goed wat een impact zoiets op je leven kan hebben.’

De man knikt, hij heeft inmiddels een halve boomstronk opgepakt om Hazel uit te dagen. ‘Hopelijk heb ik je een beetje getroost,’ zegt hij.

Ik knik. Gerustgesteld in elk geval. Al heb ik op zijn zachtst gezegd geen babyhuidje meer.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant